De trotse aankondiging van Staatsolie dat het bedrijf over 2025 maar liefst USD 400 miljoen heeft afgedragen aan de staatskas zou bij elke Surinamer de alarmbellen moeten doen afgaan in plaats van applaus. Dat schrijft De West in een analyse die de afhankelijkheid van de staat van één onderneming aan de kaak stelt. Terwijl op vrijdag 15 mei bekend werd gemaakt dat de olieproducent een recordbedrag heeft gestort, vragen critici zich af hoe duurzaam dit model is voor de Surinaamse economie.
De jaarlijkse staatsuitgaven liggen momenteel rond de USD 1,2 miljard. Ongeveer een derde daarvan wordt direct of indirect gedragen door Staatsolie. Dit betekent dat de overheid in toenemende mate leunt op één bedrijf om haar begroting rond te krijgen. Staatsolie is ongetwijfeld een winstgevend en professioneel geleid staatsbedrijf, maar de winst steeg van 2024 naar 2025 nauwelijks, ondanks een forse stijging in omzet en olieprijs. Tegelijkertijd is de schuldenlast van het bedrijf verdubbeld. Het merendeel van de nieuwe kosten houdt verband met leningen die zijn aangegaan om mee te kunnen doen aan GranMorgu, het grote offshore olieproject.
Het kan nooit de bedoeling zijn dat één onderneming structureel de gaten moet dichten die ontstaan door inefficiënt bestuur, politieke besluiteloosheid en een gebrek aan financiële discipline. De Surinaamse overheid heeft al jaren moeite om haar staatshuishouding en haar portefeuille aan organisaties op orde te krijgen. Ironisch genoeg is de begroting tot op heden niet aangenomen door De Nationale Assemblée (DNA). Het instituut heeft geen nieuw en definitief document om zelfs in behandeling te nemen. Terwijl de begrotingsbehandeling stil ligt, blijven staatsmiddelen weglekken naar verlieslatende instellingen en ondoorzichtige steunconstructies.



